In 2007 werd het aantal Statenleden per provincie als drastisch ingeperkt. Daarbij was men de Eerste Kamerverkiezingen vergeten. De Statenleden kregen een veel groter stemgewicht en twee Statenleden uit Zuid-Holland konden al een verkiezing met voorkeurstemmen veroorzaken. Later werd de drempel daarvoor toch verhoogd van een halve naar een hele kiesdeler.
Uiteraard kon ik het niet nalaten de gevolgen door te rekenen met de volgende uitgangspunten:
Deze berekening kan worden nagespeeld met bijgaande Excel-sheet EK 2015.xls.
Ook heb ik berekend, hoe de senaat eruit gezien zou hebben bij rechtstreekse verkiezingen. Daarbij heb ik wel een lijstverbinding gelegd tussen de lijsten van CU, SGP en CU-SGP. Ook heb ik een lijstverbinding aangenomen tussen de OSF-partijen. De diverse resultaten zijn als volgt:
| partij | CDA | VVD | PVV | PvdA | SP | GL | D66 | CU | SGP | PvdD | 50PLUS | OSF | totaal |
| werkelijk | 11 | 16 | 10 | 14 | 8 | 5 | 5 | 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 75 |
| alleen op eigen partij | 11 | 16 | 10 | 14 | 8 | 5 | 6 | 2 | 1 | 1 | 1 | 0 | 75 |
| verkleind aantal Statenleden | 12 | 17 | 10 | 14 | 8 | 4 | 6 | 2 | 1 | 0 | 1 | 0 | 75 |
| rechtstreeks | 11 | 15 | 10 | 13 | 8 | 5 | 6 | 2 | 2 | 1 | 1 | 1 | 75 |
| partij | CDA | VVD | PVV | PvdA | SP | GL | D66 | CU | SGP | PvdD | 50PLUS | OSF | Koornstra | totaal |
| zetels | 11 | 16 | 10 | 14 | 8 | 5 | 5 | 2 | 1 | 1 | 1 | 1 | 0 | 75 |
| restzetel | 1e | 5e | 4e | 8e | 9e | 7e | 3e | 2e | 6e |
Voor het berekenen van de uitslag in 2011 heb ik een Excel-sheet voorbereid en nu voorzien van de definitieve uitslag. In het sheet staan de inwoneraantallen per provincie, waarmee op 23 mei 2011 gerekend gaat worden. Zie ook website kiesraad.
De statenzetels zijn ingevuld conform de definitieve uitslag. Dan levert een druk op de rechtermuisknop de uitslag van de senaatsverkiezing. Er kan gespeeld worden met "vreemdgaan". Gezamenlijke lijsten zijn niet ingediend en nu geschrapt.
De kiesraad heeft alle verkiezingen van 2011 geëvalueerd. Het rapport kan via website kiesraad worden ingezien.
Graag zagen de mogelijkheid tot lijstverbindingen heringevoerd. Ze willen wel de lijstverbindingen voor de Senaat vermeld op het stembiljet bij de Statenverkiezingen. Dat eist een andere uitleg van artikel 55 van de grondwet. Ook kunnen partijen, die niet deelnemen aan de Statenverkiezingen (als OSF en Koornstra), geen lijstverbindingen aangaan.
Het Excel-sheet 2011 kan hier gedownload worden: EK 2011.xls.
In het sheet zijn met paars aangegeven, de provincies, waarin op een bepaalde niet gestemd kan worden wegens ontbrekende ondersteuningsverklaringen.
In dat sheet heb ik een aantal regels toegevoegd met per partij tekorten en overschotten om de laatste restzetel bij een andere partij te doen belanden.
Met een extra stempunten kan het gemiddelde net groter worden dan het gemiddelde van de laatste restzetel. Als een partij te veel weggeeft, verliest de partij zelf een zetel.
De formules voor tekort en overschot zijn simpel: (punten + x)/(zetels + 1) > gemiddelde laatste restzetel en (punten –y)/zetels > gemiddelde laatste restzetel. Die x en y kunnen dan wel berekend worden. Dan ga je zoeken naar een provincie met ongeveer die stemwaarde.
Een demonstratie gaf ik op 3 maart 2011 in het programma Nieuwsuur. Item begint op minuut 27:45.
Een opvallend verschil tussen de restzeteltoewijzingen voor Eerste en Tweede Kamer is het feit, dat bij de Eerste Kamer de kiesdeler niet gehaald hoeft te zijn om in aanmerking te komen voor restzetels. Met een kiesdeler van 2220 61/75 wordt de laatste restzetel vergeven bij een gemiddelde van ongeveer 2130 punten. Zonder "vreemdgaan" lag die grens bij 2103. Zie kieswet artikelen P7-2 (TK) en U9 (EK).
De mogelijkheid van lijstverbindingen is afgeschaft. Wel konden partijen een gezamenlijke lijst indienen. Die discussie werd gevoerd in kringen van CU en SGP. Daarover stond een artikel in het Reformatorisch Dagblad van 15 maart 2011. De gezamenlijke lijst is niet tot stand gekomen.
Voor de kandidaatstelling moesten ondersteuningsverklaringen van statenleden worden overgelegd. Als een partij overal wil meedoen, moet er per provincie een ondersteuningsverklaring worden overgelegd. Er zijn drie partijen, die een ondersteuningsverklaring hebben overgelegd voor een provincie, waar ze zelf geen statenlid hebben.
De kandidatenlijsten voor de senaat zijn te vinden op de website van kiesraad. Daar is ook het proces verbaal te vinden. Jammer, dat daar niet gevonden kan worden, welke statenleden ondersteuningsverklaringen hebben ingediend. Wie steunde bij voorbeeld Koonstra?
Op de website van de NOS staan ook enige bespiegelingen over het nu op gang komende pokerspel.
Er is een tabblad toegevoegd met lijstnummers van landelijke partijen (inclusief 50PLUS) alsmede de indeling van Provinciale partijen in wel of niet OSF. Verder een tabblad om de verschillen tussen statenzetels en senaatstemmen per provincie kunnen worden genoteerd.Er is nu door anderen software ontwikkeld, waarmee men de effecten van zetelverschuiving visueel kan maken
Ook in 2007 had ik die voorbereiding weer getroffen. Het pokerspel liet ik graag aan alle partijen over. De bizarre afloop is bekend met een ongeldige stem en een groot aantal leden met voorkeurstemmen gekozen. Kennelijk was onderstaande handleiding "hoe raak ik gekozen met voorkeurstemmen" een nuttige bijdrage.
Voor 2011 wordt het van groot belang, of de huidige regering een meerderheid krijgt in de senaat. Daarover stond op 6 januari 2011 een interessant artikel in het Reformatorisch Dagblad.
Aan het Excel-sheet heb ik de overschotten en tekorten voor alle partijen toegevoegd voor het verschuiven van de laatste restzetel. De rekenaars bepalen het lot van de laatste twee restzetels, waardoor 39–36 zo maar 37–38 kan worden. Daarmee staat of valt het kabinet.
Het zal sommigen niet ontgaan zijn, dat ik actief ben bij de jongste partij van Nederland: 50PLUS. Deze partij schrijft zich in alle 20 kieskringen in voor de statenverkiezingen van 2 maart 2011. Nu 50PLUS in acht provincies gekozen is met negen statenleden, zou ze ook een of meer senaatzetels kunnen bemachtigen.
De senaat werd op 23 mei 2011 gekozen door 566 statenleden (Gelderland heeft meer dan twee miljoen inwoners en kreeg 55 statenleden).
Die partijen moesten op 19 april 2011 de kandidatenlijsten indienen. Opvallend is de lijst Koornstra, die in elf provincies een ondersteuningsverklaring van een statenlid van een andere partij wist te krijgen.
Aan de hand van de uitslag van de statenverkiezingen en de inwoneraantallen per provincie kan de uitslag van de senaatsverkiezingen berekend worden.
De inwoneraantallen bepalen de stemwaarde per individueel statenlid. Per 100 inwoners hebben de statenleden in een provincie gezamenlijk één stem.
De bevolkingscijfers per 31 december 2010 zijn de weegfactoren. Zie ook website kiesraad.
Op 29 juni 2010 werd in de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanvaard, waarbij lijstverbindingen voor de senaatsverkiezingen kwamen te vervallen. Het pokeren rond de uitslag van de senaatsverkiezingen wordt er niet minder om. Met het overdragen van een stem van partij A naar partij B kan partij B een zetel opleveren ten koste van partij C. Dat kan worden berekend. Een lijstverbinding kan ook vervangen worden door een gezamenlijke lijst (denk aan CU en SGP). Ook die gevolgen kunnen worden berekend.
Deze kwestie kwam ook aan de orde in een artikel in De Pers, waarbij ik de input leverde.
Daarmee wijzen de rekenaars en pokeraars de laatste en misschien voorlaatste senaatszetel nog steeds aan. Juist die één of twee zetels kunnen de doorslag gaan geven voor de meerderheid van het gedoogkabinet in de senaat.
De gevolgen van het berekenen van de senaatsuitslag werd in de Senaat door Koffemans (PvdD) het "Hylke ten Cate effect" genoemd.
Op 16 november 2010 nam de senaat het wetsontwerp aan.
In de interpretatie van dat artikel door Raad van State, regering en Tweede Kamer zou de verkiezingsprocedure en dus ook het aangaan van lijstverbindingen pas na de statenverkiezingen moeten beginnen. Als de Eerste Kamer geen strategische lijstverbinding wil op basis van de uitslag statenverkiezingen, rest dan slechts het afschaffen van de lijstverbindingen. Ietwat beteuterd ging de senaat akkoord.
Met het vervallen van de lijstverbindingen is het eenvoudiger geworden het effect te overzien van het uitbrengen van een stem op een andere partij. Met het uitbrengen van een stem door een statenlid in provincie P namens partij A op de lijst van partij B zou partij wel eens een zetel kunnen krijgen ten koste van partij C. Partij C kan dat weer tegengaan door een stem te lenen van partij D. Alle partijen zullen dat zeer strak moeten regisseren. Anders zou een goedbedoelde individuele actie de meerderheid van de regering in de senaat kunnen beïnvloeden.
Door het uitbrengen van een gezamenlijke lijst (b.v. CU en SGP) kunnen partijen achteraf alsnog feitelijk een lijstverbinding aangaan. Alleen moet de tussentijdse opvolging geregeld worden door de partijen zelf.
Het overdragen van stemmen, zoals gesuggereerd, zou volgens minister Donner in strijd zijn met de bepaling van stemming zonder last.
Zie verder stenogram 16 november 2010
De PVV moest minstens 150 statenleden zoeken voor de twaalf provincies. Dat was geen eenvoudige opgave. Zeker gelet op de perikelen rond de huidige PVV tweede kamer fractie. Ook het verloop in de raadsfractie in Den Haag (al 4 van de 8 vervangen) baart zorgen.
Zelf ben ik betrokken bij 50PLUS. Die gaan in alle provincies meedoen. Die betrokkenheid gaat ook over de selectie van kandidaten. Verder was ik eindverantwoordelijke voor de inschrijving bij de 20 hoofdstembureaus.
Het afschaffen van lijstverbindigen biedt andere manipulatiemogelijkheden. Het aantal restzetels stijgt daardoor van 2 in 2007 naar ongeveer 6. Er gaan waarschijnlijk 12 partijen meedoen aan de senaatsverkiezingen: de zittende elf minus Solidara en plus PVV en 50PLUS. De gemiddelde rest is bij benadering een halve zetel en dus zijn er ongeveer zes restzetels.
Ik legde dit verder uit in een uitzending van Een Vandaag op 17 februari 2011.
| Partij | CDA | PvdA | VVD | SP | GL | CU | SGP | D66 | PvdD | OSF |
| Zetels |
Volgens het AD van 31 mei zou ik tevreden zijn met de uitslag. Ik heb het principe alleen aan iedereen willen laten zien en daarmee de krankzinnigheid. Na de installatie sprak ik Klaas de Vries, die het inderdaad beschamend vond, dat je achteraf de lijstencombinaties kon maken en de samenstelling van de senaat van rekenwerk en bluf afhangt. Een GroenLinks lid – David Rietveld – kon dat met ondergenoemd spreadsheet nog eens te meer aantonen. Als het gewraakte stembiljet niet als kleurplaat, maar met een onbedoelde stem was ingeleverd, had dat heel uiteenlopende gevolgen gehad. Alleen bij een stem op de PvdD was de restzetel voor de combinatie behouden gebleven en binnen de combinatie naar de PvdD gegaan. Bij een stem op CDA, PvdA, SP en CU was de restzetel van de combinatie naar de SP gegaan en bij een stem op VVD, D66 of OSF was de restzetel naar de lijstencombinatie VVD/D66/OSF gegaan en daarbinnen naar de VVD. Bij de stem op CU was bovendien een zetel van CDA naar CU gegaan en bij een stem op de OSF was de zetel van D66 naar de OSF gegaan.
Het is stuitend, dat het ANP eerst zowel een verkeerde uitslag van de zetelverdeling publiceerde en daar een foutief overzicht van gekozenen met voorkeurstemmen aan had toegevoegd. Mensen werden blij gemaakt met een dode mus.
Het toedelen van de zetels kan worden nagespeeld met het Excel-sheet EK 2007.xls.
| Partij | Zetels | Hogerop | plaats op lijst | Verkozen als |
| CDA | 21 | Hans Klein Breteler | 30 | 2 |
| PvdA | 14 | Joyce Sylvester | 17 | 6 |
| GroenLinks | 4 | Jan Laurier | 9 | 2 |
| SP | 12 | Düzgün Yildirim | 18 | 4 |
| D66 | 2 | Hans Engels | 4 | 2 |
Het meest extreem was de reactie bij de SP. Daar leidde een en ander tot het royement van Yildirim en het doorgaan als eenmansfractie.
Balkenende zegde naar aanleiding van de motie Noten toe dat er nader onderzoek komt naar alle aspecten van de verkiezing van leden van de Eerste Kamer. Volgens de PvdA-fractievoorzitter is er eigenlijk geen sprake meer van geheime verkiezingen. Ook zou de sinds 1989 geldende regeling van verkiezing met voorkeurstemmen aanpassing behoeven.
Een verslag van de interpellatie is te vinden op de website van de Eerste Kamer. De minister beaamde, dat de SP reglementair had gehandeld en de website van het ministerie abuis was. Ze zegde een notitie toe over het door Balkenende toegezegde onderzoek. De notitie zal door de staatsecretaris van Bijleveld worden opgesteld.
In het stenoverslag werd mijn naam diverse malen genoemd. De meest hilarische was als "onbezoldigd ondervoorzitter van de Eerste Kamer".
Mogelijk loopt Leefbaar Zuid-Holland nu OSF-subsidie mis en radio- en TV-zendtijd. OSF deelt die namelijk aan de achterban uit. De OSF krijgt als senaatspartij geld en zendtijd. Dit doorsluizen is de voornaamste bestaansgrond voor de OSF.
Versie 23 januari 2012