Pokeren rond senaatsverkiezingen blijft bestaan

Onderverdeling

Inleiding

Bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer in 2011 bleek voor iedereen hoe men gezellig kan spelen met restzetels. Zo riep ik bij "Een Vandaag", dat 73 zetels door de kiezer zouden worden bepaald en rekenaars de laatste twee zouden toewijzen. Die laatste twee zouden bepalen, of het kabinet de meerderheid zou hebben of niet. Dit soort manipulaties werd in de Senaat het "Hylke ten Cate effect"genoemd.

In 2007 werd het aantal Statenleden per provincie als drastisch ingeperkt. Daarbij was men de Eerste Kamerverkiezingen vergeten. De Statenleden kregen een veel groter stemgewicht en twee Statenleden uit Zuid-Holland konden al een verkiezing met voorkeurstemmen veroorzaken. Later werd de drempel daarvoor toch verhoogd van een halve naar een hele kiesdeler.

Vooruitblik op 2019

Een Statenlid uit Zeeland vertegenwoordigt minder dan 10.000 inwoners en diens collega uit Zuid-Holland meer dan 67.000 inwoners. Dat verschil wordt gelijkgetrokken door alle statenleden per provincie een stemwaarde te geven. Per 100 inwoners krijgen ze n punt.
In het Excelsheet heb ik alvast Forum voor Democratie toegevoegd en de bevolkingscijfers van 30 september 2018.

In 2019 zullen de in totaal 19 leden van de kiescolleges in Caribisch Nederland ook meestemmen. De verkiezingen zijn in Nederland om 15.00 uur en in Caribisch Nederland om 9.00 uur lokale tijd. Bepalend voor de stemwaarden zijn de bevolkingscijfers van januari 2019.

Het Excel-sheet 2019 kan hier gedownload worden: EK 2019.xls.

Terugblik op 2015

Voor de wijze van verkiezen van de Eerste Kamer verwijs ik allereerst naar de website van die Eerste Kamer. Daarop is een filmpje te zien. verkiezing Eerste Kamer.

De stemwaarden waren te vinden op de website van de Kiesraad: www.kiesraad.nl/nieuws/stemwaarden-eerste-kamerverkiezing-2015 en in de staatscourant https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-5260.html

De uitslag: zie kiesraad.nl/nieuws/definitieve-uitslag-eerste-kamerverkiezing-2015

De uitslag van de Statenverkiezing kan gevonden worden op de website van de kiesraad.
www.verkiezingsuitslagen.nl/Na1918/Verkiezingsuitslagen.aspx?VerkiezingsTypeId=4 We zien, dat de 570 Statenleden 169.056 punten gaan uitbrengen. Daarmee is de kiesdelen 2254 6/75. Dat getal is bepalend voor het aantal volle zetels. Dan komen nog de restzetels. Met 13 partijen kunnen we ongeveer zes of zeven restzetels verwachten. Alle 13 resten zijn immer goed voor ergens tussen 0 en 1 zetel. De gemiddelde rest is dan goed voor ongeveer een halve zetel. Vraag was ook, waarop de regionale partijen gaan stemmen. Bijna alle leden van regionale partijen stemden Onafhankelijke Senaats Fractie (OSF). Alleen Jos van Reij stemde VVD. Verder stemde in Utrecht een SGP-lid op de Christen Unie

Het proces verbaal van het onderzoek naar de kieslijsten staat op de website van de kiesraad: kiesraad.nl/sites/default/files/Proces-verbaal%20onderzoek%20kandidatenlijsten%2023-4-2015.pdf
Tot 28 april konden de verzuimen hersteld worden. Het Excel-sheet 2015 kan hier gedownload worden: EK 2015.xls.

De eerste aanname was, dat ieder Statenlid op de eigen partij stemt. Dan blijkt welke partijen de laatste restzetels kregen en welke partijen er net naast grepen. Vervolgens kan men bezien welke gevolgen het stemmen op een andere partij heeft.

De zetelverdeling wordt even gekopieerd. Daarna blijkt meteen, waar een "vreemde" stem is uitgebracht. Hoezo, stemgeheim bij 570 kiezers?

Nadat de kandidatenlijsten op 21 april 2015 zijn ingeleverd, kunnen de kandidaten stemmen proberen te werven bij de stemmende Statenleden. Men moet 2255 punten bijeenharken. Dat zijn bijvoorbeeld vier stemmen uit Zuid-Holland of vijf uit Noord-Holland. Met deze voorkeurstemmen kan de volgorde, die door een partij is vastgesteld worden doorbroken.

Zie ook politiek.eenvandaag.nl/tv-items/58211/het_gevecht_om_de_restzetels

De uitslag voor 2011

partijCDAVVDPVVPvdASPGLD66CUSGPPvdD50PLUSOSFKoornstratotaal
zetels1116101485521111075
restzetel1e5e4e8e9e7e   3e2e6e  
Een verslag van de stemming, waaraan ik meewerkte voor En Vandaag werd op 23 mei uitgezonden. Daarmee kwam ook het potloodincident in beeld.

Voor het berekenen van de uitslag in 2011 heb ik een Excel-sheet voorbereid en nu voorzien van de definitieve uitslag. In het sheet staan de inwoneraantallen per provincie, waarmee op 23 mei 2011 gerekend gaat worden. Zie ook website kiesraad.
De statenzetels zijn ingevuld conform de definitieve uitslag. Dan levert een druk op de rechtermuisknop de uitslag van de senaatsverkiezing. Er kan gespeeld worden met "vreemdgaan". Gezamenlijke lijsten zijn niet ingediend en nu geschrapt.

De kiesraad heeft alle verkiezingen van 2011 gevalueerd. Het rapport kan via website kiesraad worden ingezien.
Graag zagen de mogelijkheid tot lijstverbindingen heringevoerd. Ze willen wel de lijstverbindingen voor de Senaat vermeld op het stembiljet bij de Statenverkiezingen. Dat eist een andere uitleg van artikel 55 van de grondwet. Ook kunnen partijen, die niet deelnemen aan de Statenverkiezingen (als OSF en Koornstra), geen lijstverbindingen aangaan.

Het Excel-sheet 2011 kan hier gedownload worden: EK 2011.xls.

In het sheet zijn met paars aangegeven, de provincies, waarin op een bepaalde niet gestemd kan worden wegens ontbrekende ondersteuningsverklaringen.
In dat sheet heb ik een aantal regels toegevoegd met per partij tekorten en overschotten om de laatste restzetel bij een andere partij te doen belanden.
Met een extra stempunten kan het gemiddelde net groter worden dan het gemiddelde van de laatste restzetel. Als een partij te veel weggeeft, verliest de partij zelf een zetel.
De formules voor tekort en overschot zijn simpel: (punten + x)/(zetels + 1) > gemiddelde laatste restzetel en (punten –y)/zetels > gemiddelde laatste restzetel. Die x en y kunnen dan wel berekend worden. Dan ga je zoeken naar een provincie met ongeveer die stemwaarde.
Een demonstratie gaf ik op 3 maart 2011 in het programma Nieuwsuur. Item begint op minuut 27:45.

Een opvallend verschil tussen de restzeteltoewijzingen voor Eerste en Tweede Kamer is het feit, dat bij de Eerste Kamer de kiesdeler niet gehaald hoeft te zijn om in aanmerking te komen voor restzetels. Met een kiesdeler van 2220 61/75 wordt de laatste restzetel vergeven bij een gemiddelde van ongeveer 2130 punten. Zonder "vreemdgaan" lag die grens bij 2103. Zie kieswet artikelen P7-2 (TK) en U9 (EK).
De mogelijkheid van lijstverbindingen is afgeschaft. Wel konden partijen een gezamenlijke lijst indienen. Die discussie werd gevoerd in kringen van CU en SGP. Daarover stond een artikel in het Reformatorisch Dagblad van 15 maart 2011. De gezamenlijke lijst is niet tot stand gekomen.

De kandidatenlijsten voor de senaat zijn te vinden op de website van kiesraad. Daar is ook het proces verbaal te vinden. Jammer, dat daar niet gevonden kan worden, welke statenleden ondersteuningsverklaringen hebben ingediend. Wie steunde bij voorbeeld Koonstra?

Op de website van de NOS staan ook enige bespiegelingen over het nu op gang komende pokerspel.

Er is een tabblad toegevoegd met lijstnummers van landelijke partijen (inclusief 50PLUS) alsmede de indeling van Provinciale partijen in wel of niet OSF. Verder een tabblad om de verschillen tussen statenzetels en senaatstemmen per provincie kunnen worden genoteerd.

Er is nu door anderen software ontwikkeld, waarmee men de effecten van zetelverschuiving visueel kan maken

Hoe werd ik kieswetkenner?

In de jaren tachtig was ik gewestelijk secretaris van de PvdA in de regio Haarlem - Hilversum (gewest Noord-Holland Zuid = kieskring X Haarlem). Toen heb ik me ontwikkeld tot kieswetspecialist. Rond de eeuwwisseling ben ik Jan Nagel gevolgd naar Leefbaar Nederland. Een heel bijzonder onderdeel van dat kieswetspecialisme is het regisseren van de senaatsverkiezingen. Zo regisseerde ik in 1991 de verkiezing van Herman Tjeenk Willink en in 1999 de achteringang van de senaat voor Erik Jurgens. Dat vereist wel voorbereiding.
Met de wetswijzing die op 16 november 2010 in de senaat behandeld werd ter vermijding van "het Hylke ten Cate effect" komen beide trucen (meer lijsten per partij in n provincie resp. stemmen op verschillende tijdstippen) te vervallen.

Ook in 2007 had ik die voorbereiding weer getroffen. Het pokerspel liet ik graag aan alle partijen over. De bizarre afloop is bekend met een ongeldige stem en een groot aantal leden met voorkeurstemmen gekozen. Kennelijk was onderstaande handleiding "hoe raak ik gekozen met voorkeurstemmen" een nuttige bijdrage.

Voor 2011 wordt het van groot belang, of de huidige regering een meerderheid krijgt in de senaat. Daarover stond op 6 januari 2011 een interessant artikel in het Reformatorisch Dagblad.
Aan het Excel-sheet heb ik de overschotten en tekorten voor alle partijen toegevoegd voor het verschuiven van de laatste restzetel. De rekenaars bepalen het lot van de laatste twee restzetels, waardoor 39–36 zo maar 37–38 kan worden. Daarmee staat of valt het kabinet.

Het zal sommigen niet ontgaan zijn, dat ik actief ben bij de jongste partij van Nederland: 50PLUS. Deze partij schrijft zich in alle 20 kieskringen in voor de statenverkiezingen van 2 maart 2011. Nu 50PLUS in acht provincies gekozen is met negen statenleden, zou ze ook een of meer senaatzetels kunnen bemachtigen.

Pokeraars en rekenaars bepalen uitslag senaatsverkiezingen

De senaat werd op 23 mei 2011 gekozen door 566 statenleden (Gelderland heeft meer dan twee miljoen inwoners en kreeg 55 statenleden).

Die partijen moesten op 19 april 2011 de kandidatenlijsten indienen. Opvallend is de lijst Koornstra, die in elf provincies een ondersteuningsverklaring van een statenlid van een andere partij wist te krijgen.

Aan de hand van de uitslag van de statenverkiezingen en de inwoneraantallen per provincie kan de uitslag van de senaatsverkiezingen berekend worden.
De inwoneraantallen bepalen de stemwaarde per individueel statenlid. Per 100 inwoners hebben de statenleden in een provincie gezamenlijk n stem.

De bevolkingscijfers per 31 december 2010 zijn de weegfactoren. Zie ook website kiesraad.

Op 29 juni 2010 werd in de Tweede Kamer een wetsvoorstel aanvaard, waarbij lijstverbindingen voor de senaatsverkiezingen kwamen te vervallen. Het pokeren rond de uitslag van de senaatsverkiezingen wordt er niet minder om. Met het overdragen van een stem van partij A naar partij B kan partij B een zetel opleveren ten koste van partij C. Dat kan worden berekend. Een lijstverbinding kan ook vervangen worden door een gezamenlijke lijst (denk aan CU en SGP). Ook die gevolgen kunnen worden berekend.
Deze kwestie kwam ook aan de orde in een artikel in De Pers, waarbij ik de input leverde. Daarmee wijzen de rekenaars en pokeraars de laatste en misschien voorlaatste senaatszetel nog steeds aan. Juist die n of twee zetels kunnen de doorslag gaan geven voor de meerderheid van het gedoogkabinet in de senaat.
De gevolgen van het berekenen van de senaatsuitslag werd in de Senaat door Koffemans (PvdD) het "Hylke ten Cate effect" genoemd.
Op 16 november 2010 nam de senaat het wetsontwerp aan.

In de interpretatie van dat artikel door Raad van State, regering en Tweede Kamer zou de verkiezingsprocedure en dus ook het aangaan van lijstverbindingen pas na de statenverkiezingen moeten beginnen. Als de Eerste Kamer geen strategische lijstverbinding wil op basis van de uitslag statenverkiezingen, rest dan slechts het afschaffen van de lijstverbindingen. Ietwat beteuterd ging de senaat akkoord. Met het vervallen van de lijstverbindingen is het eenvoudiger geworden het effect te overzien van het uitbrengen van een stem op een andere partij. Met het uitbrengen van een stem door een statenlid in provincie P namens partij A op de lijst van partij B zou partij wel eens een zetel kunnen krijgen ten koste van partij C. Partij C kan dat weer tegengaan door een stem te lenen van partij D. Alle partijen zullen dat zeer strak moeten regisseren. Anders zou een goedbedoelde individuele actie de meerderheid van de regering in de senaat kunnen benvloeden.
Door het uitbrengen van een gezamenlijke lijst (b.v. CU en SGP) kunnen partijen achteraf alsnog feitelijk een lijstverbinding aangaan. Alleen moet de tussentijdse opvolging geregeld worden door de partijen zelf.
Het overdragen van stemmen, zoals gesuggereerd, zou volgens minister Donner in strijd zijn met de bepaling van stemming zonder last.
Zie verder stenogram 16 november 2010

De PVV moest minstens 150 statenleden zoeken voor de twaalf provincies. Dat was geen eenvoudige opgave. Zeker gelet op de perikelen rond de huidige PVV tweede kamer fractie. Ook het verloop in de raadsfractie in Den Haag (al 4 van de 8 vervangen) baart zorgen.
Zelf ben ik betrokken bij 50PLUS. Die gaan in alle provincies meedoen. Die betrokkenheid gaat ook over de selectie van kandidaten. Verder was ik eindverantwoordelijke voor de inschrijving bij de 20 hoofdstembureaus.

Het afschaffen van lijstverbindigen biedt andere manipulatiemogelijkheden. Het aantal restzetels stijgt daardoor van 2 in 2007 naar ongeveer 6. Er gaan waarschijnlijk 12 partijen meedoen aan de senaatsverkiezingen: de zittende elf minus Solidara en plus PVV en 50PLUS. De gemiddelde rest is bij benadering een halve zetel en dus zijn er ongeveer zes restzetels.

Ik legde dit verder uit in een uitzending van Een Vandaag op 17 februari 2011.

De Uitslag van 2007

Bij de verkiezingen op 29 mei 2007 is vrijwel overal gestemd conform de partij. Het enige merkwaardige was de ongeldige stem, die kennelijk door een GL-statenlid in Noord-Holland is uitgebracht. Bij de GL-fractie waren vier leden lijfelijk aanwezig; voor de vijfde werd bij volmacht gestemd. Toch kreeg GL slechts 4 stemmen en werd 1 stembiljet afgekeurd, omdat daarop wel zeven hokjes rood waren gemaakt. Hierdoor leverde uiteindelijk GL een zetel in aan SP.
Als GL in Noord-Holland gewoon vijf stemmen had gehad, waren ze overigens de vijfde zetel wel kwijtgeraakt aan de PvdD, die de stem van Mooi Utrecht in de wacht wist te slepen.
Uiteindelijk gaf GL-statenlid Cheryl Braams toe de foute stem te hebben uitgebracht. Dat leidde er toe, dat ze als eenmansfractie verder ging in de staten.

PartijCDAPvdAVVDSPGLCUSGPD66PvdDOSF
Zetels
21
14
14
12
4
4
2
2
1
1

Volgens het AD van 31 mei zou ik tevreden zijn met de uitslag. Ik heb het principe alleen aan iedereen willen laten zien en daarmee de krankzinnigheid. Na de installatie sprak ik Klaas de Vries, die het inderdaad beschamend vond, dat je achteraf de lijstencombinaties kon maken en de samenstelling van de senaat van rekenwerk en bluf afhangt. Een GroenLinks lid – David Rietveld – kon dat met ondergenoemd spreadsheet nog eens te meer aantonen. Als het gewraakte stembiljet niet als kleurplaat, maar met een onbedoelde stem was ingeleverd, had dat heel uiteenlopende gevolgen gehad. Alleen bij een stem op de PvdD was de restzetel voor de combinatie behouden gebleven en binnen de combinatie naar de PvdD gegaan. Bij een stem op CDA, PvdA, SP en CU was de restzetel van de combinatie naar de SP gegaan en bij een stem op VVD, D66 of OSF was de restzetel naar de lijstencombinatie VVD/D66/OSF gegaan en daarbinnen naar de VVD. Bij de stem op CU was bovendien een zetel van CDA naar CU gegaan en bij een stem op de OSF was de zetel van D66 naar de OSF gegaan.

Het is stuitend, dat het ANP eerst zowel een verkeerde uitslag van de zetelverdeling publiceerde en daar een foutief overzicht van gekozenen met voorkeurstemmen aan had toegevoegd. Mensen werden blij gemaakt met een dode mus.

Het toedelen van de zetels kan worden nagespeeld met het Excel-sheet EK 2007.xls.

Nasleep van 2007

Voorkeurstemmen

In februari 2007 toonde ex-minister Klaas de Vries (PvdA) zich zeer ontstemd over zijn volstrekt onverkiesbare plaats op de ontwerp kandidatenlijst. Daarop schreef ik hem een brief met de mededeling, dat hij met slechts twee stemmen uit Zuid-Holland gekozen kon worden. Daarvoor moet men weten, dat alle statenleden per 100 inwoners n stem uitbrengen. Een Zeeuws statenlid brengt bijna 100 stemmen uit en een Zuid-Hollands statenlid ruim 600. Met 16,5 miljoen inwoners worden dan 165.000 stemmen uitgebracht. De kiesdeler is 165.000/75=2.200. Een halve kiesdeler (drempel voorkeurstemmmen) is 1.100. Twee Zuid-Hollanders is dan ruim 1.200 en dat is meer. Klaas schreef terug, dat hij de koninklijke weg prefereerde. Hij kwam uiteindelijk op plaats 3. Er bleken zeer veel statenleden gebruik te hebben gemaakt van de mogelijkheid tot het uitbrengen van voorkeurstemmen. Ongetwijfeld heeft deze website daarbij een rol gespeeld met feitelijk het handboek voorkeurstemmen. Bij vele partijen werd iemand van onderop naar boven getild, waarmee statenleden feitelijk een amandement indienden op het besluit van hun eigen hoogste partijorgaan.

PartijZetelsHogeropplaats op lijstVerkozen als
CDA21Hans Klein Breteler302
PvdA14Joyce Sylvester176
GroenLinks4Jan Laurier92
SP12Dzgn Yildirim184
D662Hans Engels42

Het meest extreem was de reactie bij de SP. Daar leidde een en ander tot het royement van Yildirim en het doorgaan als eenmansfractie.

Algemene beschouwingen 2007

Bij de algemene beschouwingen op 16 oktober 2007 kwam de heer Noten, fractievoorzitter van de PvdA terug op de verkiezing van de senaat. Mijn brief aan Klaas de Vries zal daarbij wel een rol gespeeld hebben. Noten hekelde onder meer het geringe aantal voorkeurstemmen en het feit, dat simpel te achterhalen was, wie er op andere partij had gestemd. Dat was niet echt een geheime stemming. Hij diende daarop een motie in.

Balkenende zegde naar aanleiding van de motie Noten toe dat er nader onderzoek komt naar alle aspecten van de verkiezing van leden van de Eerste Kamer. Volgens de PvdA-fractievoorzitter is er eigenlijk geen sprake meer van geheime verkiezingen. Ook zou de sinds 1989 geldende regeling van verkiezing met voorkeurstemmen aanpassing behoeven.

Interpellatie over stemdwang

Begin februari 2008 verscheen een briefwisseling in de pers tussen minister ter Horst en een geroyeerd SP-statenlid, de heer ten Berge. De verzamelde pers en de website van het ministerie concludeerden daaruit, dat de SP ongrondwetting gehandeld zou hebben.

Een verslag van de interpellatie is te vinden op de website van de Eerste Kamer. De minister beaamde, dat de SP reglementair had gehandeld en de website van het ministerie abuis was. Ze zegde een notitie toe over het door Balkenende toegezegde onderzoek. De notitie zal door de staatsecretaris van Bijleveld worden opgesteld.

Eerste Kamer wil eigen verkiezing aanpassen

In de Senaatsvergadering van 3 februari 2009 kwamen een aantal moties aan de orde om de senaatsverkiezingen anders te doen verlopen. De staatssecretaris zou deze voorstellen in het kabinet verdedigen. Het is me alleen onduidelijk, hoe een lijstverkiezing bekend gemaakt kan worden vr de statenverkiezing, als de kandidaatstelling na de statenverkiezing plaatsvindt door de nieuwe statenleden. Het kabinet steunt de voorstellen.

In het stenoverslag werd mijn naam diverse malen genoemd. De meest hilarische was als "onbezoldigd ondervoorzitter van de Eerste Kamer".

Hoe Ronald Sørensen OSF-senator had kunnen worden

In de Volkskrant van 19 mei 2009 solliciteerde Ronald Sørensen naar het senatorschap voor de PVV. Ronald is fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam en Leefbaar Zuid-Holland. Die laatste partij is verbonden met de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF). Ronald stond daar ook kandaat. Dank zij de nu verguisde lijstverbining met D66 (en de VVD) had hij in 2007 senator kunnen worden. Als hij een VVD-statenlid had kunnen bewegen op hem te stemmen, had de OSF de tweede zetel van D66 gekregen en daarop was Ronald dan met voorkeurstemmen benoemd. Ronald had op zichzelf gestemd en die tweede persoonlijke stem zou de doorslag gegeven hebben. De VVD wilde hier niet aan meewerken.
Zuid-Hollandse statenleden waren goed voor 628 punten. De drempel voor voorkeurstemmen was 1084.

Mogelijk loopt Leefbaar Zuid-Holland nu OSF-subsidie mis en radio- en TV-zendtijd. OSF deelt die namelijk aan de achterban uit. De OSF krijgt als senaatspartij geld en zendtijd. Dit doorsluizen is de voornaamste bestaansgrond voor de OSF.

Wetsontwerp ingediend en aangenomen in TK

Het wetsontwerp is inmiddels ingediend en werd op 15 december 2009 besproken in de Tweede Kamercommissie BZK (Kamerstuk 32191). Op 29 juni 2010 werd de wet aangenomen. Het wetsontwerp is inmiddels door de Senaat behandeld. Dat is gebeurd op 16 november 2010. Op 1 december 2010 verscheen de wijziging in het Staatsblad .

Senaatsdebat 16 november 2010

Op de dag van het debat verscheen in De Pers een artikel, waarin ik wel de hand had: Cijferfetisjist kan coalitie helpen. In het senaatsdebat op 16 november 2010 ging het vooral over bovengenoemd artikel uit De Pers van diezelfde ochtend en artikel 55 van de grondwet.
De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van provinciale staten. De verkiezing wordt, behoudens in geval van ontbinding der kamer, gehouden binnen drie maanden na de verkiezing van de leden van provinciale staten.

Versie 30 oktober 2018